RUUD VAN STRATEN
PAINTINGS AND DRAWINGS

2025-10-21

BEHIND THE PAINTINGS: Jim Morrison: Tegen de Demonen van binnen.

1-119e822f.jpg
Hij keek me aan. Iedere keer. Vanuit het atelier, vanuit het doek. De oude versie. Te kleurrijk. Te veel echo van een techniek die niet de mijne was. Zijn blik bleef hangen in de ruimte, als een fluistering: Doe iets. En ik wist: dit was geen voltooid werk. Dit was een reliek dat nog moest ontwaken.

Een paar jaar geleden schilderde ik Jim Morrison. Niet de mythe, maar de jonge man uit de Young Lions-serie van 1966—een moment waarin charisma, melancholie en onheil zich al in zijn ogen nestelden. Ik probeerde een andere schildertechniek, en het resultaat was psychedelisch, bijna posterachtig. De tekst Against the Demons Within, vrij vertaald van zijn tombe in Père Lachaise, stond als een strijdkreet onder zijn naam: The Doors. Maar het voelde als een affiche, niet als een relikwie.

Jim keerde terug. Niet als icoon, maar als mens. Ik heb het doek hergebruikt. Niet uit spijt, maar uit noodzaak. Zijn blik bleef me aankijken, dag na dag, in dezelfde pose. Alsof hij wachtte. Alsof hij eiste: Herinner me anders.

Nu is hij monochroom. Zijn blik rust op de kijker, niet als rockgod, maar als overlever—of misschien als overledene. Zijn haar is weelderig, zijn gezicht rustiger, de verhoudingen kloppen. Over zijn linkerschouder verschijnt een vleugel. Geen engel, geen verlossing. Eerder een omarming van het onvermijdelijke. De dood als metgezel, niet als vijand.

Op zijn schouder staat nu een tattoo: Kata ton daimon eaytoy. Geen graftekst meer, maar een litteken. Een herinnering aan zijn strijd, zijn idealen, zijn ondergang. De doornenkrans op zijn hoofd is geen ornament. Het is prikkeldraad. Een martelaarschap van roem, een kroon van zelfdestructie. Is hij nog steeds koning van een rocktijdperk? Of slechts een icoon dat bezweek onder zijn eigen gewicht?

De jongen uit Florida die een wereld opende

Jim Morrison werd geboren in 1943 in Melbourne, Florida, als zoon van een admiraal. Zijn jeugd was nomadisch, zijn vader streng, zijn wereldbeeld al vroeg getekend door rebellie. Hij studeerde film en poëzie in Los Angeles, waar hij zijn mythologie begon te bouwen. Niet met verf, maar met woorden. Niet met melodie, maar met bezwering.
In 1965 richtte hij The Doors op, samen met Ray Manzarek. Hun muziek was geen pop. Het was ritueel. Hypnotisch. Een samensmelting van blues, psychedelica en poëtische extase. Jim was geen zanger. Hij was een sjamaan. Een Dionysische figuur die het publiek meenam naar de rand van het bewustzijn. Zijn teksten waren doordrenkt van existentialisme, erotiek en apocalyptische visioenen. Break on Through, The End, Riders on the Storm—het waren geen liedjes, het waren bezweringen.
Zijn succes was meteoorachtig. Maar ook destructief. Alcohol, drugs, provocatie. Zijn arrestaties, zijn podiumuitbarstingen, zijn weigering om te buigen voor commercie maakten hem tot een cultfiguur én een tragisch archetype. In 1971 stierf hij in Parijs. 27 jaar oud. Zonder autopsie. Zonder afscheid. Zijn graf werd een pelgrimsoord. Zijn mythe een echo.

Een reliek van trots en verval

Het palet is teruggebracht tot waarheid—zwart, wit, een fluistering van goud. Het psychedelische eerbetoon is verdwenen. In zijn plaats staat Morrison als reliek: trots, gestorven, en eindelijk aanwezig. Geen rockgod, maar een queere engel van verzet. De vleugel achter hem biedt geen verlossing—ze markeert zijn verheffing, maar op zijn eigen voorwaarden. De doornenkroon is geen hulde. Het is de prijs van radicale authenticiteit. Roem als kruisiging. Schoonheid als last.

En de tatoeage—KATA TON ΔΑΙΜΟΝΑ ΕΑΥΤΟΥ—Trouw aan zijn eigen geest—is geen grafinscriptie meer. Het is een litteken. Een gelofte. Een queere bezwering van soevereiniteit. Hier verwijst daimon niet naar een demon in christelijke zin, maar naar een innerlijke gids, een persoonlijke geest of roeping—een concept uit de Griekse filosofie dat staat voor het diepste, meest authentieke deel van jezelf. Hij staat daar niet voor een tijdperk, maar voor elke ziel die te fel brandde, te wild liefhad, weigerde te buigen. De daimon was altijd van hemzelf.

Jarenlang achtervolgde zijn blik de studiomuur. Nu confronteert hij de toeschouwer. Niet in kleur, maar in consequentie. Niet als product, maar als aanwezigheid. Er resteren nog enkele laatste penseelstreken. En dan zal hij opnieuw spreken—niet als mythe, maar als herinnering. Niet als idool, maar als daimon. Zijn eigen gedicht, herboren.

Admin - 15:54:08 | Een opmerking toevoegen

Opmerking toevoegen

Fill out the form below to add your own comments

Om geautomatiseerde spam zoveel mogelijk te beperken, is deze functie beveiligd met een captcha.

Hiervoor moet inhoud van de externe dienstverlener Google worden geladen en moeten cookies worden opgeslagen.



 
 
 
E-mailen
Instagram